26 Juni 2026 • Lilian van der Poel

Paniekvoetbal

Paniekvoetbal

Paniekvoetbal

Wanneer een kind vastloopt op school of thuis, treedt er vaak een onzichtbaar mechanisme in werking: paniek. Er moet nú iets gebeuren. Ouders maken zich grote zorgen, de school ervaart handelingsverlegenheid, en de druk loopt op. In die hectiek schuift de zorg aan. De reflex is dan vaak om direct in actie te komen met een stortvloed aan interventies, tests, diagnoses en wekelijkse overleggen. We rennen achter elke bal aan die wordt weggeschoten.

Maar wie houdt er op zo’n moment het hoofd koel?

In de sport is paniekvoetbal het gevolg van druk en het ontbreken van overzicht. Spelers schieten de bal blind weg, in de hoop dat hij ergens goed landt. In de begeleiding van hoogbegaafde kinderen gebeurt soms precies hetzelfde. Door de beste bedoelingen en de angst dat het misgaat, nemen we overhaaste beslissingen. Er worden plannen gemaakt die na twee weken alweer worden herzien, of er wordt direct gewezen naar externe diagnoses, zonder eerst te kijken naar wat de basisbehoefte van het kind in de klas of thuis is.

Het kind raakt hierdoor alleen maar verder in de war. Het voelt de onrust van de volwassenen om zich heen en krijgt de impliciete boodschap: er is iets heel erg mis met mij.

Als zorgpartner is het onze taak om de bal stil te leggen. Niet om direct te gaan rennen, maar om het spel te lezen. Wat gebeurt hier werkelijk? Soms is de beste interventie niet ‘meer doen’, maar juist ‘minder doen’. Rust creëren. Ruimte maken voor observatie in plaats van directe actie.

Dat vraagt moed van alle partijen. Moed van ouders om de tijd te geven, moed van school om niet direct resultaat te eisen, en moed van de zorg om de rust te bewaren te midden van de storm. Want pas als de rust terugkeert, kunnen we weer zien waar het echt om gaat: een kind dat ruimte nodig heeft om te ademen en stap voor stap weer grip te krijgen op zijn eigen wereld.

Laten we stoppen met rennen en samen de bal weer stil leggen.

← Terug naar alle blogs