De zorg: brug of blokkade?
De zorg, brug of blokkade
Op het moment dat het thuis of op school niet lekker loopt met een kind, schuift de zorg aan als partner. Maar als partner van wie eigenlijk? In de praktijk is die positie zelden neutraal; vaak wordt zij al gekleurd door de partij die de zorg heeft ingeschakeld. Zo kan zorg niet alleen verbinding brengen, maar ook een blokkade vormen tussen de betrokken partijen.
Als ouders een beroep doen op de zorg, zitten zij vaak met de handen in het haar. Zij zoeken hulp en soms bevestiging van hun eigen ideeën. Wanneer de zorg zich volledig aansluit bij ouders, kan een signaal vanuit school al snel worden gezien as bewijs van tekortschietend onderwijs, met als resultaat dat school zich niet gehoord en gezien voelt in hun professionaliteit en de samenwerking onder druk komt te staan. Het gesprek verandert in een verdediging.
Andersom gebeurt hetzelfde wanneer de zorg zich aan de kant van school positioneert. Zorgen van ouders worden dan snel geduid als overbezorgdheid, perfectionisme of gebrek aan realiteitszin. Vragen worden gezien als weerstand, emoties als boosheid en betrokkenheid als bemoeizucht. Ouders voelen zich niet gehoord, buitengesloten en verliezen het vertrouwen.
Op het moment dat iets niet goed loopt, zoeken wij al snel een schuldige. Daarbij verliezen we het gezamenlijke doel uit het oog: het belang van het kind. Wanneer we teruggaan naar dat uitgangspunt, verschuift de vraag van wie gelijk heeft naar wat nodig is. Dat vormt de basis voor samenwerking.
Daarom vraagt de positie van de zorg om voortdurende alertheid op haar eigen rol. Het gaat niet om het krijgen van gelijk, maar om het zichtbaar maken en verbinden van de verschillende perspectieven. Zo ontstaat ruimte voor een gesprek waarin niet één verhaal de waarheid wordt.
